Een persoonlijk verhaal


Een persoonlijk verhaal van een vrouwelijke vrijmetselaar die zich ruim zeven jaar geleden heeft laten inwijden in een Vlaamstalige loge in België. Ze werkt in een werkplaats met louter vrouwen. De weg naar België vond zij nodig omdat vrijmetselarij voor vrouwen in Nederland als zodanig niet aanwezig was.

Wat houdt dat in, vrijmetselaar zijn? Heel wat jaren geleden was ik op zoek naar het antwoord op de vraag ‘hoe goed te leven?’ Deze zoektocht bracht mij via een vriend in aanraking met de Vrijmetselarij. Geeft de Vrijmetselarij hier dan een antwoord op? Ja en nee. Nee, omdat zij zelf geen idee heeft wat een goed leven behelst, ze schrijft niets voor en ze zegt niet wat juist en goed is. Ja, omdat ze me handvatten geeft om mijzelf, de ander en de wereld als geheel te onderzoeken, te bevragen en voor mijzelf een antwoord te vinden op de vraag ‘wat is goed?’. Heb ik dan inmiddels mijn antwoord gevonden? Nee, maar ik heb wel de indruk dat ik een stuk verder ben dan zeven jaar geleden.

Deze vriend drukte mij toentertijd op het hart: ‘de vrijmetselarij is een weg, het is niet dé weg want er zijn er meer’. Hij drukte mij een boek in mijn handen van Leo Apostel - die ik alleen kende als filosoof - en zei ‘lees maar eens’. Nu zal ik u de inhoud hiervan besparen, maar ik zal wel wat zaken uit eigen beleving en ervaring opschrijven, want dat is wellicht heel wat toegankelijker dan het filosofische betoog van Apostel over o.a. initiatie, gemeenschap, gezelschap, symbolen en tradities.

De werkwijze van de vrijmetselarij heeft een aantal belangrijke pijlers waarvan het graden-systeem, de symbolen en de ritualen de belangrijkste zijn. In deze werkwijze ligt als het ware de plattegrond van de zoektocht verankerd. Je zou het een heel veelzijdige landkaart kunnen noemen. De drie eerste graden van de vrijmetselarij zijn direct afgeleid van de gilden: leerling, gezel en meester. In mijn persoonlijke beleving is de tijd van de leerling de zoektocht naar jezelf. In mijn tijd als gezel ben ik vooral op zoek gegaan naar de ander en hoe ik mijzelf tot die ander verhoudt. Als meester blijf ik mij natuurlijk bezig houden met die eerste twee zoektochten, maar komt daar bovendien de dimensie van het allesomvattende bij, de wereld als geheel. En voor mij persoonlijk hoort daar ook iets goddelijks bij. Maar dat is zeker niet voor iedereen zo.

De zoektocht in de drie graden krijgen vorm aan de hand van de symbolen die bij die graad horen. De meest bekende zijn wellicht de ruwe steen, de passer en de winkelhaak. Maar er zijn er nog veel meer. De symbolen komen uit de oude gilden van steenhouwerij en metselarij en er zijn symbolen die afkomstig zijn uit de Joodse traditie, de Christelijke traditie en de oude licht symboliek. Maar er zijn ook symbolen waarvan ik nog niet heb kunnen doorgronden waar ze nu eigenlijk vandaan komen. Aan de hand van een symbool ben ik over mijzelf gaan nadenken. Nu deed ik dat daarvoor ook wel, maar ik kreeg nieuw gereedschap in handen. Als leerling werd ik uitgedaagd mij zelf te beschouwen als een ruwe steen, waaraan gekapt kon worden. Het doel dat ik voor ogen kreeg was het licht; ik ben op zoek naar het licht (in de duisternis). Maar wat dat licht precies behelst vond (en dat vind ik nog steeds) moeilijk om te doorgronden. Voor mij is dat de zoektocht naar het goede. Ik kende de lichtsymboliek van Plato in de allegorie van de grot, hierin wordt een mens, die louter schaduwen ziet naar het licht gebracht (met alle moeite van dien). Uiteindelijk moet hij het vermogen moeten ontwikkelen om in het licht te kunnen kijken. Vanuit de symboliek van Plato is het licht te beschouwen als waarheid. Het lijkt me bovenal heel moeilijk om in het licht te kijken.

Ik ontdekte dat het denken aan de hand van symbolen een werkelijkheidsontsluitende waarde kan hebben; symbolen toonde mij dingen over mijzelf en de wereld om mij heen die ik zonder die symbolen (nog) helemaal niet onder woorden kon brengen. Het levert dus een bijzondere vorm van kennis op. De uitspraak van Heraclitus, dat een mens niet twee keer in dezelfde rivier kan stappen, blijf ik nog steeds heel boeiend vinden. En door de jaren heen ben ik hem anders gaan duiden. Iedere graad heeft verschillende symbolen en sommige symbolen zijn in alle graden te vinden. Nog steeds heb ik veel om over na te denken en blijf ik nieuwe dingen ontdekken.

De ritualen ervaar ik als heel bijzonder. Ze geven vaste vorm aan onze activiteiten en dat geeft rust en roept aandacht op. Soms ervaar ik ze als overbodig en soms zie ik iets wat me nooit eerder is opgevallen waardoor ik erover ga nadenken. De taal en de symboliek geeft een bijzonder verbondenheid met de andere vrouwen in de werkplaats en deze verbondenheid voel ik ook wanneer ik in het buitenland een werkplaats bezoek.